BTW-plicht

In principe valt elke onderneming ( iedereen die een economische activiteit ontwikkelt ) onder toepassing van de BTW. Men noemt ze de gewone BTW-plichtigen, op wie de BTW-wetgeving van toepassing is.

De wetgeving voorziet voor deze grote groep van gewone BTW-plichtingen de verplichting om per kwartaal of per maand BTW-aangiften in te dienen. Toch zijn er een aantal uitzonderingen, waaronder bijvoorbeeld sommige landbouwers ( art. 57 W.BTW ).

Wat met kleine ondernemingen?

Een andere uitzondering wordt toegestaan voor ondernemingen, die in het kader van de BTW-wetgeving, aanzien worden als “kleine onderneming” ( art. 56 bis W.BTW ). Daarnaast zijn er een aantal medische en paramedische beroepen die worden vrijgesteld van BTW door art. 44, 2° W.BTW.

Kleine ondernemingen in de zin van de BTW-wetgeving zijn ondernemingen, wiens jaaromzet een bedrag van 15.000 EUR vanaf 1 april 2014 (voorheen 5.580 EUR) niet overschrijdt, en bijgevolg van rechtswege onderworpen worden aan de vrijstellingsregeling. Ze zullen voor de leveringen van goederen en diensten die ze verrichten vrijstelling van BTW genieten. Zij dienen geen BTW-aangiften in en hebben geen recht op aftrek van de BTW die aan hun leveranciers betaald wordt voor de leveringen van goederen en de prestaties van diensten die zij ontvangen in het kader van hun economische activiteit. Ondernemingen met een economische activiteit in de bouwsector ( werken in onroerende staat ) of onderworpen zijn aan het GKS (de zogenaamde ‘witte kassa’), worden uitgesloten van deze vrijstellingsregeling.

Drempelwaarde

De drempel van 15.000 EUR wordt vanaf 1 januari 2016 verhoogd naar 25.000 EUR.
In het Belgisch Staatsblad van 24 december 2015 werd het KB van 18 december 2015 gepubliceerd dat de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 december 2015 vastlegt op 1 januari 2016.

De ondernemingen met deze beperkte omzet kunnen echter opteren om toch onder de gewone BTW-regeling te vallen. Zij rekenen bijgevolg wel BTW aan op hun levering van goederen en diensten en dienen wel BTW-aangiften in.

De drempel werd verhoogd vanaf 1 januari 2016!

Maak de juiste keuze

Bepaalde kleine ondernemingen kunnen baat hebben bij een juiste keuze.

Vennootschappen met een bestuurdersmandaat bij een andere vennootschap worden vanaf 1 april 2016 onderworpen aan de gewone BTW-regeling ( voorheen vrijgesteld van BTW ). In de situatie waarbij de bestuurdersvergoeding exclusief BTW per jaar niet meer bedraagt dan 25.000 EUR, kan men kiezen voor de gewone BTW-regeling en dus BTW aanrekenen op de prestatie. Men kan echter ook opteren voor  de regeling van kleine ondernemingen, waarbij men geen BTW aanrekent op de geleverde prestatie.

Een praktisch voorbeeld bij de keuze van BTW-regeling

Veronderstel een onderneming A, wiens enige activiteit bestaat uit een bestuurdersfunctie bij een vennootschap B. Voor haar prestaties ontvangt vennootschap A een jaarlijkse vergoeding van 20.000 EUR exclusief BTW.

Indien B een activiteit uitoefent die zelf niet onderworpen is aan de gewone BTW-regeling, zal A waarschijnlijk kiezen voor de bijzondere regeling van toepassing op kleine ondernemingen, zoniet zal A BTW dienen aan te rekenen voor haar prestaties, wat voor B een bijkomende kost van 4.200 EUR zou betekenen, aangezien de BTW die vennootschap A aanrekent niet aftrekbaar is in vennootschap B.

Vragen

Heeft u nog vragen over deze BTW-regeling? Neem contact op met ons!

Maak als kleine onderneming de juiste keuze!

Pin It on Pinterest

Shares
Share This